На головну

Парламентське розслідування (Бельгія) щодо сект і їхніх незаконних практик — звіт (напр. «Новий Акрополь»)

be1998,Оригінальна мова: Французька
Автор: Антуан ДюкенБельгійський політик і член Європейського парламенту від Французької спільноти Бельгії з MR/MCC/PRL, член Бюро Альянсу лібералів і демократів за Європу.
Автор: Пол Віллемс
Оригіналзаконодавчі ініціативи проти Нового Акрополю

(CHAMBRE DES REPRESENTANTS BELGIQUE) (Page 1)

ENQUETE PARLEMENTAIRE

visant a élaborer une politique en vue de lutter contre les pratiques illégales des sectes et le danger qu’elles représentent pour la société et pour les personnes, particuliérement les mineurs d'age


(Page 2)

SOMMAIRE

  • PARTIE I Loi du 2 juin 1998 portant création d’un Centre d’information et d’avis sur les organisations sectaires nuisibles et d’une Cellule administrative de coordination de la lutte contre les organisations sectaires nuisibles (Moniteur belge du 25 novembre 1998)
  • PARTIE Il Arrêté royal du 8 novembre 1998 fixant la composition, le fonctionnement et l’organisation de la Cellule administrative de coordination de la lutte contre les organisations sectaires nuisibles (Moniteur belge du 9 décembre 1998)
  • PARTIE III Relevé des documents parlementaires et annales
  • PARTIE IV Rapport fait au nom de la commission d’enquête parlementaire par MM. Duquesne et Willems
  • PARTIE V Motion adoptée en séance plénière.

(Page 3)

Loi du 2 juin 1998 portant création d’un Centre d’information et d’avis sur les organisations sectaires nuisibles et d’une Cellule administrative de coordination de la lutte contre les organi-sations sectaires nuisibles (Moniteur belge du 25 novembre 1998)


(Page 4)

BELGISCH STAATSBLAD

Prijs van een jaarabonnement : België : F 4 260; buitenland: F 17 283. Prijs per nummer: F 10 per vel van acht bladzijden. Voor abonnementen en voor verkoop per nummer kan U terecht bij het Bestuur van het Belgisch Staatsblad, Leuvenseweg 40-42, 1000 Brussel. Telefoon 02'552 22 11.

168e JAARGANG

WOENSDAG 25 NOVEMBER 1998

Ministerie van Justitie

Wet van 2 juru 1998 houdende oprichting van een Informatie- en Adviescentrum inzake de schadelijke sektarische organisaties en van een Admirustratieve coéirdinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische orgarusaties, bl. 3782-t


(Page 5)

MINISTERIE VAN JUSTITIE

2 JUNI 1998. — Wet houdende oprichting van een Informatie- en Adviescentrum inzake de schadelijke sektarische organisaties en van een Administratieve coördinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische organisaties (1)

ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

HOOFDSTUK I. — Voorafgaande bepalingen

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2. Voor de toepassing van onderhavige wet wordt onder schadelijke sektarische organisatie verstaan, elke groepering met een levensbeschouwelijk of godsdienstig doel, of die zich als dusdanig voordoet en die zich in haar organisatie of praktijken, overgeeft aan schadelijke onwettige activiteiten, het individu of de samenleving schaadt of de menselijke waardigheid aantast.

Het schadelijk karakter van een sektarische organisatie wordt onderzocht op basis van de principes welke zijn vastgelegd in de Grondwet, de wetten, de decreten, ordonnanties en in de internationale verdragen inzake de bescherming van de rechten van de mens welke door België werden geratificeerd.

HOOFDSTUK II. — Informatie- en Adviescentrum inzake de schadelijke sektarische organisaties

Art. 3. Bij het ministerie van Justitie wordt een onafhankelijk centrum opgericht onder de naam « Informatie- en Adviescentrum inzake de schadelijke sektarische organisaties », hierna Centrum genaamd. De zetel van het Centrum is gevestigd in het administratief arrondissement « Brussel-Hoofdstad ».

Art. 4. § 1. Het Centrum bestaat uit twaalf vaste leden en twaalf plaatsvervangende leden die met een tweederde meerderheid door de Kamer van volksvertegenwoordigers worden aangewezen. Zes vaste leden en zes plaatsvervangende leden worden aangewezen op voor-dracht van de Ministerraad en voor elk van de te begeven ambten worden twee kandidaten voorgedragen. Zowel voor de rechtstreeks door de Kamer als voor de op de voordracht van de Ministerraad aangewezen leden wordt de taalpari-teit tussen de Nederlandstalige en de Franstalige leden gewaarborgd. Ten minste een vast lid en een plaatsvervangend lid kennen Duits.

De Kamer van volksvertegenwoordigers kiest uit de vaste leden de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter.

§ 2. De leden worden aangesteld voor een termijn van vier jaar, eenmaal hernieuwbaar, uit de eminente persoonlijkheden die bekend staan omwille van hun kennis, ervaring en hun interesse voor de problematiek van de schadelijke sektarische groeperingen. Zij dienen alle waarborgen te bieden om hun mandaat in volledige onafhankelijk-heid en in een geest van objectiviteit en onpartijdigheid te kunnen uitoefenen. De vaste en de plaatsvervangende leden kunnen van hun mandaat ontheven worden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, indien zij tekortkomen in hun plichten of de waardigheid van hun functie in het gedrang brengen.

§ 3. Om als vast of waarnemend lid te worden aangesteld en om die hoedanigheid te behouden moeten de kandidaten aan de volgende voorwaarden voldoen :

1° de burgerlijke en politieke rechten genieten;

2° geen lid zijn van het Europees Parlement of van de Wetgevende Kamers, noch van een Gemeenschaps- of Gewestraad, noch van de Federale Regering of van een Gemeenschaps- of Gewestregering.


(Page 6)

§ 4. Het is de leden van het Centrum verboden aanwezig te zijn bij de beraadslagingen over onderwerpen indien zij hierbij een persoonlijk of rechststreeks belang hebben of waarbij hun bloed- of aanverwanten tot de vierde graad een persoonlijk of rechtstreeks belang hebben.

§ 5. Wanneer een vast lid verhinderd of afwezig is, wordt het vervangen door zijn plaatsvervanger. Het vast of plaatsvervangend lid waarvan het mandaat een einde neemt voor het verstrijken van de termijn van vier jaar, wordt volgens de in de eerste paragraaf bedoelde procedure vervangen door een vast of een plaatsvervangend lid dat voor de rest van de termijn wordt aangewezen. De Koning stelt de modaliteiten inzake de vergoeding van de leden van het Centrum vast.

Art. 5. Het Centrum stelt zijn huishoudelijk reglement op binnen twee maanden na zijn installatie. Het wordt ter goedkeuring voorge-legd aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Art. 6. § 1. Het Centrum is belast met de volgende opdrachten :

1° het verschijnsel van schadelijke sektarische organisaties in België en hun internationale bindingen bestuderen;

2° een voor het publiek toegankelijk documentatiecentrum organiseren;

3° zorgen voor het onthaal en de informatie van het publiek en ieder persoon die een vraag tot het Centrum richt, inlichten over zijn rechten en plichten en over de wijze waarop hij zijn rechten kan laten gelden;

4° hetzij uit eigen beweging, hetzij op verzoek van elk openbaar bestuur, adviezen en aanbevelingen uitbrengen over het verschijnsel van de schadelijke sektarische organisaties en in het bijzonder over het beleid inzake de strijd tegen deze organisaties;

§ 2. Voor het vervullen van zijn opdrachten is het Centrum ertoe gemachtigd :

1° alle beschikbare informatie te verzamelen;

2° alle studies of wetenschappelijke onderzoeken uit te voeren die noodzakelijk zijn om zijn opdrachten concreet te kunnen uitvoeren;

3° elke archief- of documentatiefonds waarvan het onderwerp overeenstemt met één van zijn opdrachten, over te nemen;

4° steun en begeleiding te verlenen aan instellingen, organisaties en verleners van juridische bijstand;

5° op zijn bijeenkomsten vakbekwame verenigingen en personen raadplegen of uitnodigen die het nuttig acht te horen. Voor het vervullen van zijn opdrachten werkt het Centrum samen met de Administratieve coördinatiecel.

§ 3. Het Centrum is ertoe gemachtigd voor het vervullen van zijn opdrachten bedoeld in § 1, 1° en 3°, persoonsgegevens te verwerken met betrekking tot de overtuiging of activiteiten op levensbeschouwe-lijk of godsdienstig gebied zoals bedoeld in artikel 6 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de waarborgen inzake vertrouwelijkheid en beveiliging van de persoons-gegevens, het statuut en de taken van een aangestelde voor de gegevensbescherming in de schoot van het Centrum en de wijze waarop het Centrum verslag moet uitbrengen aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer over de verwerking van de persoonsgegevens.

§ 4. De inlichtingen die het Centrum op aanvraag van het publiek verstrekt, steunen op de inlichtingen waarover het Centrum beschikt en mogen niet worden voorgesteld in de vorm van lijsten of systematische overzichten van schadelijke sektarische organisaties.

Art. 7. De adviezen en de aanbevelingen van het Centrum zijn gemotiveerd. De adviezen zijn openbaar, behoudens behoorlijk gemotiveerde andersluidende beslissing van het Centrum.


(Page 7)

Art. 8. § 1. Het Centrum kan slechts beraadslagen indien ten minste de meerderheid van zijn leden aanwezig is. De beslissingen worden genomen met absolute meerderheid. In geval van staking der stemmen, is de stem van de voorzitter of in geval deze verhinderd is, van zijn plaatsvervanger doorslaggevend.

De aangenomen adviezen zullen de verschillende uiteengezette standpunten weergeven.

§ 2. Het Centrum mag beschikken over het integraal stenografisch verslag van de openbare hoorzittingen van de parlementaire onder-zoekscommissie van de Kamer van volksvertegenwoordigers met het oog op de beleidsvorming ter bestrijding van de onwettige praktijken van de sekten en van de gevaren ervan voor de samenleving en voor het individu, inzonderheid voor de minderjarigen.

Art. 9. Voor de uitvoering van al zijn opdrachten kan het Centrum een beroep doen op de medewerking van experten. De Koning bepaalt de modaliteiten van de vergoeding van deze experten.

Art. 10. Voor alle personen die werken met vertrouwelijke gegevens die door het Centrum worden ingezameld, geldt het beroepsgeheim zoals bedoeld in artikel 458 van het Strafwetboek. Dezelfde verplichting geldt ook voor elkeen die niet tot het Centrum behoort, maar als deskundige, onderzoeker of medewerker optreedt.

Art. 11. Het Centrum stelt elke twee jaar een verslag van zijn activiteiten voor. Dit verslag wordt gestuurd aan de Ministerraad, de Wetgevende Kamers en aan de Raden en Regeringen van de Gemeen-schappen en Gewesten.

Art. 12. Het Centrum beschikt over een secretariaat.

Het personeel wordt ter beschikking gesteld door de minister van Justitie, na voorafgaand het advies van het Centrum te hebben ingewonnen.

Het personeel staat onder het rechtstreeks gezag van de voorzitter van het Centrum. De werkingskosten van het Centrum komen ten laste van de begroting van het ministerie van Justitie.

HOOFDSTUK III. — Administratieve coördinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische organisaties

Art. 13. Een Administratieve coördinatiecel inzake de strijd tegen de schadelijke sektarische organisaties wordt bij het ministerie van Justitie opgericht.

Art. 14. De minister van Justitie of zijn afgevaardigde neemt het voorzitterschap van de Administratieve coördinatiecel waar. De Koning bepaalt de samenstelling van de Administratieve coördi-natiecel bij een in Ministerraad overlegd besluit.

Art. 15. De Administratieve coördinatiecel heeft de volgende opdrach-ten :

1° De door de bevoegde openbare diensten en overheden gevoerde acties coördineren;

2° De evolutie van de onwettige praktijken van de schadelijke sektarische organisaties onderzoeken;

3° Maatregelen voorstellen die van aard zijn om de coördinatie en de effectiviteit van deze acties te verhogen;

4° In overleg met de bevoegde diensten en besturen een preventie-beleid voor de burgers tegen de activiteiten van de schadelijke sektarische organisaties, bevorderen;

5° Een nauwe samenwerking met het Centrum opbouwen en de nodige maatregelen treffen teneinde de aanbevelingen en voorstellen van het Centrum uit te voeren.


(Page 8)

Art. 16. De Koning bepaalt de modaliteiten inzake de werking en de organisatie van de Administratieve coi:irdinatiecel bij een in Mmister­raad overlegd besluit. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Bclgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 2 juni 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS Nota

(1) Gewone zitting 1996-1997.

Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Wetsvoorstel van de heer Duquesne, nr. 1198/1.-Amendementen, nrs. 1198/2 tot 7. -Verslag doorde heer Willems, nr. 1198/8. - Tekst aangenomen door -de Commissie, nr. 1198/9. -Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overge­zonden aan de Senaat, nr. 1198/10, Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 22 april 1998. -Aanneming. Vergadering van 28 april 1998. Senaat. Parlementaire stukken. -Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 1-965/1-1997-1998. Ontwerp niet geëvo- ceerd door de Senaat, nr. 1-965/2-1997-1998.


(Page 9)

PARTIE II

Arrêté royal du 8 novembre 1998 fixant la composition, le fonctionnement et l’organisation de la Cellule administrative de coordination de la lutte contre les organisations sectaires nuisibles (Moniteur belge du 9 décembre 1998)


(Page 10)

WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN LOIS, DECRETS, ORDONNANCES ET REGLEMENTS

MINISTERIE VAN JUSTITIE

N. 98 — 3277 [S−C−98/09981] 8 NOVEMBER 1998. — Koninklijk besluit houdende samenstelling, werking en organisatie van de Administratieve Coo¨rdinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische organisaties.

ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 2 juni 1998 houdende oprichting van een Informatie- en Adviescentrum inzake schadelijke sektarische organisa-ties en houdende oprichting van een Administratieve Coo¨rdinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische organisaties; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financie¨n, gegeven op 10 september 1998; Gelet op de wetten van de Raad van State, gecoo¨rdineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989 en 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de Parlementaire Onderzoekscommissie belast met de beleidsvorming ter bestrijding van de sekten en van de gevaren van die sekten voor het individu en inzonderheid voor de minderjari-gen, de dringende noodzaak van de oprichting van een Informatie- en Adviescentrum en Administratieve Coo¨rdinatiecel heeft opgeworpen, met het oog op de zo spoedig mogelijke creatie van een orgaan met als opdracht de opvolging van dit fenomeen; Overwegende dat de wet houdende oprichting van een Informatie-en Adviescentrum inzake de schadelijke en sektarische organisaties en van een administratieve coo¨rdinatiecel ondertekend werd door de


(Page 11)

Koning op 2 juni 1998 en dat het derhalve aanbeveling verdient dat de wet en de uitvoeringsbesluiten zo snel mogelijk worden gepubliceerd, teneinde het Informatie- en Adviescentrum en de Administratieve Coo¨rdinatiecel in staat te stellen hun opdrachten aan te vatten met ingang van 1 januari 1999; Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

HOOFDSTUK I. — Samenstelling van de Administratieve Coo¨rdinatiecel

Artikel 1. De bij artikel 13 van de wet van 2 juni 1998 opgerichte Administratieve coo¨rdinatiecel is als volgt samengesteld :

  • een vertegenwoordiger van het College van Procureurs-generaal;
  • een nationaal magistraat;
  • een vertegenwoordiger van de Rijkswacht;
  • een vertegenwoordiger van de Gerechtelijke politie;
  • een vertegenwoordiger van de Algemene Rijkspolitie van het

Ministerie van Binnenlandse Zaken;

  • een vertegenwoordiger van het Ministerie van Ambtenarenzaken;
  • een vertegenwoordiger van het Bestuur Veiligheid van de Staat;
  • een vertegenwoordiger van het Directoraat- generaal burgerlijke

wetgeving en erediensten van het Ministerie van Justitie;

  • een vertegenwoordiger van het Directoraat-generaal strafwetgeving en rechten van de mens van het Ministerie van Justitie;

  • een vertegenwoordiger van de Dienst voor Strafrechterlijk Beleid van het Ministerie van Justitie;

  • een vertegenwoordiger van het Ministerie van Binnenlandse Zaken;

  • een vertegenwoordiger van het Ministerie van Financie¨n;

  • een vertegenwoordiger van het Ministerie van Tewerkstelling en

Arbeid;

  • een vertegenwoordiger van het Ministerie van Landsverdediging. Art. 2. Voor elke vertegenwoordiger wordt tevens een plaatsvervan- ger aangeduid.

Art. 3. De vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers worden aangesteld door de Minister van Justitie, na voordracht door de respectieve overheden van wie zij afhangen.

HOOFDSTUK II. — Werking van de Administratieve Coo¨rdinatiecel

Art. 4. De voorzitter bepaalt de plaats, de dag en het aanvangsuur van de vergaderingen en maakt de agenda op. Elk van de leden heeft het recht de voorzitter te vragen punten op de Agenda te plaatsen. De voorzitter van het Informatie- en Adviescentrum inzake schade-lijke sektarische organisaties heeft eveneens het recht de voorzitter te verzoeken punten op de agenda te plaatsen.

Art. 5. Behoudens hoogdringendheid worden de uitnodigingen en de agenda evenals eventuele stukken, na ondertekening door de voorzitter, door de secretaris ten minste acht dagen vooraf aan de leden toegezonden.

Art. 6. De leden die verhinderd zijn, worden vervangen door hun plaatsvervanger en sturen hem zelf de stukken door.

Art. 7. De Administratieve Coo¨rdinatiecel vergadert slechts geldig indien ten minste de helft van de leden of hun plaatsvervangers aanwezig is. Ingeval geen meerderheid aanwezig was, worden de leden opnieuw uitgenodigd, in welk geval de Administratieve Coo¨rdinatiecel geldig vergadert, wat ook het aantal aanwezige leden is.

Art. 8. Elk lid van de Administratieve Coo¨rdinatiecel, en bij verhin-dering zijn plaatsvervanger, beschikt over e´e´n stem. De beslissingen worden bij unanimiteit van de aanwezige leden genomen. De voorzitter van het Informatie- en Adviescentrum inzake schade-lijke sektarische organisaties of zijn plaatsvervanger kan :

  • uitgenodigd worden de vergaderingen van de Administratieve Coo¨rdinatiecel bij te wonen;
  • gehoord worden indien de agenda dit vereist.

Page 12

39306¬ BELGISCH STAATSBLAD — 09.12.1998 — MONITEUR BELGE Art. 9. Desecretarismaaktproces-verbaalopvandevergaderingen. Art. 9. Lesecre´tairee´tablitleproces-verbaldesre´unions. Het wordt na goedkeuring door de voorzitter met de volgende Apres approbation par le pre´sident, le proces-verbal est joint a la uitnodigingmeegestuurd. prochaineconvocation. Deledenbrengenhunopmerkingenschriftelijkterkennistotuiterlijk Lesmembrescommuniquentleursobservationspare´critauplustard e´e´ndagvoordevergadering. unjouravantlare´union. Art. 10. DeadviezenenaanbevelingendiehetCentrummettoepas- Art. 10. Touslesavisetrecommandationsformule´sparleCentreen singvanartikel6,§1,4°vandewetvan2juni1998uitbrengt,worden applicationdel’article6,§1er,4°,delaloidu2juin1998,sonttransmis doorhetCentrumaandevoorzittervandeAdministratieveCoo¨rdina- parleCentreaupre´sidentdelaCelluleadministrativedecoordination. tiecelovergezonden. DeAdministratieveCoo¨rdinatiecelsteltinoverlegmethetCentrum En concertation avec le Centre, la Cellule administrative de coordi- vastdewijzevan: nationfixelesmodalite´s: -coo¨rdinatievaneventueleacties; -d’organisationd’e´ventuellesactions; -regelingvanhettoezichtopdeuitvoeringvandeaanbevelingenen -del’organisationducontroˆledel’exe´cutiondesrecommandations adviezen van het Centrum voor zover ze onder hun bevoegdheden et avis du Centre, pour autant que ceux-ci tombent sous leurs vallen. compe´tences. Art. 11. De maatregelen die de Administratieve Coo¨rdinatiecel Art. 11. Les mesures propose´es par la Cellule administrative de voorstelt, worden schriftelijk aan de betrokken diensten of instanties, coordination sont communique´es par e´crit aux services ou aux evenalsaandevoorzittervanhetCentrummeegedeeld. instancesconcerne´(e)s,ainsiqu’aupre´sidentduCentre. Art. 12. DeAdministratieve Coo¨rdinatiecel pleegt overleg met alle Art. 12. Danslecadredesesmissions,laCelluleadministrativede bevoegdedienstenenbesturenbinnenhetkadervanzijnopdrachten. coordination se concerte avec tous les services et administrations Ze kan ze onder meer uitnodigen en hen inlichtingen vragen. De compe´tents. Elle peut entre autres les inviter et leur demander des federaleoverhedendienendedoordeAdministratieveCoo¨rdinatiecel renseignements. Les autorite´s fe´de´rales doivent fournir a la Cellule gevraagdeinlichtingentebezorgen. administrativedecoordinationlesrenseignementsdemande´s. Art. 13. DeAdministratieveCoo¨rdinatiecelvergadertminstense´e´n- Art. 13. La Cellule administrative de coordination se re´unit au maalomdetweemaanden. moinsunefoistouslesdeuxmois. DeAdministratieveCoo¨rdinatiecelbrengtzesmaandelijksverslaguit LaCelluleadministrativedecoordinationfaitrapportdesestravaux aanhetCentrumnopenshaarwerkzaamheden. auCentretouslessixmois. HOOFDSTUKIII.—Organisatie CHAPITREIII.—Organisation Art. 14. Alle leden van de Administratieve Coo¨rdinatiecel vormen Art. 14. L’ensemble des membres de la Cellule administrative de het † Bureau† . Het † Bureau† wijst een dagelijks bestuur aan, samenge- coordination forment le † Bureau† . Le † Bureau† de´signe un comite´ de stelduitdevoorzitterdieervanrechtswegedeelvanuitmaaktentwee gestion journaliere, compose´ du pre´sident, qui en fait partie de plein gekozenleden. droit,etdedeuxmembrese´lus. Art. 15. DeAdministratieveCoo¨rdinatiecelkanwanneerbijzondere Art. 15. Lorsque des missions particulieres le justifient, la Cellule opdrachtenditverantwoordensubgroepenbinnenhaarschootoprich- administrativedecoordinationpeutcre´erdessous-groupesensonsein. ten. Art. 16. De Minister van Justitie stelt administratief personeel, Art. 16. Le Ministre de la Justice met a disposition de la Cellule lokalenendenoodzakelijkebureaubenodigdhedenterbeschikkingvan administrativedecoordinationlepersonneladministratif,leslocauxet deAdministratieveCoo¨rdinatiecel. lemate´rieldebureaune´cessaire. Art. 17. De artikelen 1 tot en met 3 treden in werking op de dag Art. 17. Les articles 1er jusqu’a 3 entrent en vigueur le jour de la waaropditbesluitwordtbekendgemaaktinhetBelgischStaatsbladende publicationdupre´sentarreˆte´ auMoniteurbelgeetle1erjanvier1999en overigeartikelenop1januari1999. cequiconcernelesautresarticles. Art. 18. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van Art. 18. Notre Ministre de la Justice est charge´ de l’exe´cution du ditbesluit. pre´sentarreˆte´. GegeventeBrussel,8november1998. Donne´ a Bruxelles,le8novembre1998. ALBERT ALBERT VanKoningswege: ParleRoi: DeMinistervanJustitie, LeMinistredelaJustice, T.VANPARYS T.VANPARYS c ]


Page 13

FR

PARTIE III

NL

DEEL III Relevé des documents parlementaires et annales Overzicht van de parlementaire stukken en handelingen


Page 14

RELEVE DES DOCUMENTS PARLEMENTAIRES ET ANNALES A. CONSTITUTION DE LA COMMISSION D’ENQUETE PARLEMENTAIRE • Documents de la Chambre des représentants : 313 (1995-1996) no 1 : Proposition de M. Duqesne et consorts nos 2 à 4 : Amendements de MM. Duquesne et Moureaux et de Mme de T’Serclaes no 5 Rapport fait au nom de la commission de la Justice par M. Borin no 6 Texte adopté par la commission de la Justice. • Annales de la Chambre des représentants — 13, 14 et 28 mars 1996. B. TRAVAUX DE LA COMMISSION D’ENQUETE PARLEMENTAIRE • Documents de la Chambre des représentants : 313 (1995-1996) nos 7 et 8 Rapport fait au nom de la commission par MM. Duquesne et Willems no 9 Motion adoptée en séance plénière • Annales de la Chambre des représentants — 30 avril et 7 mai 1997. C. LOI DU 2 JUIN 1998 • Documents de la Chambre des représentants 1198 (1996-1997) no 1 : Proposition de M. Duquesne nos 2 à 7 : Amendements de MM. J.-P. Viseur, Duquesne, Beaufays, Willems et du gouvernement no 8: Rapport fait au nom de la commission de la Justice par M. Willems no 9 : Texte adopté par la commission de la Justice no 10 : Texte adopté en séance plénière et transmis au Sénat. • Annales de la Chambre des représentants — 22 et 28 avril 1998 • Documents du Sénat 1-965 (1997-1998)no 1 Projet transmis par la Chambre des représentants no 2 Projet non évoqué par le Sénat.


Page 15

OVERZICHT VAN DE PARLEMENTAIRE STUKKEN EN HANDELINGEN A. OPRICHTING VAN DE PARLEMENTAIRE ONDERZOEKSCOMMISSIE • Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers 313 (1995-1996) nr.1 : Voorstel van de heren Duqesne c.s. nrs 2 à 4 : Amendementen van de heren Duquesne en Moureaux en van mevrouw de T’Serciaes nr. 5 : Verslag namens de commissie voor de Justitie door de heer Borin nr. 6 : Tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie. • Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers — 13, 14 et 28 maart 1996. B. WERKZAAMHEDEN VAN DE PARLEMENTAIRE ONDERZOEKSCOMMISSIE • Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 313 (1995-1996) nrs 7 et 8 Verslag namens de coinmissie door de heren Duquesne en Willems nr. 9 Motie aangenomen in plenaire vergadering • Handetingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers — 30 april en 7 mei 1997. C. WET VAN 2 JUNI 1998 • Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers 1198 (1996-1997) nr. 1 : Voorstel van de heer Duquesne nrs 2 tot 7 : Amendementen van de heren J.-P. Viseur, Duquesne, Beaufays, Willems en van de regering nr. 8 Verslag namens de commissie voor de Justitie door de heer Willems nr. 9 Tekst aangenomen in de commissie voor de Justitie nr. 10 Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. • Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers — 22 et 28 april 1998 • Stukken van de Senaat 1-965 (1997-1998)nr. 1 Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers nr. 2 Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.


Page 16

FR

PARTIE IV

NL

DEEL IV Rapport fait au nom de la commission d’enquête parlementaire par MM. Duquesne et Willems Verslag namens de parlementaire onderzoekscommissie door de heren Duquesne en Willems


Page 17

FR

  • 313 / 7 - 95 / 96 - 313 / 7 - 95 / 96 Chambre des Représentants Belgische Kamer de Belgique van Volksvertegenwoordigers SESSION ORDINAIRE 1996-1997() GEWONE ZITTING 1996-1997() 28AVRIL 1997 28APRIL 1997

ENQUETE PARLEMENTAIRE PARLEMENTAIR ONDERZOEK visant à élaborer une politique en vue met het oog op de beleidsvorming de lutter contre les pratiques illégales ter bestrijding van de onwettige des sectes et le danger qu'elles praktijken van de sekten en van de représentent pour la société gevaren ervan voor de samenleving et pour les personnes, en voor het individu, inzonderheid particulièrement les mineurs d'âge voor de minderjarigen


RAPPORT VERSLAG FAIT AU NOM DE LA COMMISSION NAMENS DE D'ENQUETE (1) ONDERZOEKSCOMMISSIE (1) PAR UITGEBRACHT DOOR MM. DUQUESNE ET WILLEMS DE HEREN DUQUESNE EN WILLEMS


(PARTIE I) (

NL

DEEL I)



(1) Composition de la commission: (1) Samenstelling van de commissie: Président: M. Moureaux. Voorzitter: De heer Moureaux. Membres: Leden: C.V.P. MM. De Crem, Willems. C.V.P. HH. De Crem, Willems. P.S. MM. Borin, Moureaux. P.S. HH. Borin, Moureaux. V.L.D. MM. Eeman, Smets. V.L.D. HH. Eeman, Smets. S.P. M. Schoeters, N. S.P. H. Schoeters, N. P.R.L.-M. Duquesne. P.R.L.-H. Duquesne. F.D.F. F.D.F. P.S.C. Mme de T'Serclaes. P.S.C. Mevr. de T'Serclaes. VlaamsM. Huysentruyt. VlaamsH. Huysentruyt. Blok Blok


Voir: Zie: -313-95/96: -313-95/96: —No1: Proposition de M. Duquesne et consorts. —Nr1: Voorstel van de heer Duquesne c.s. —Nos 2 à 4 : Amendements. —Nrs 2 tot 4 : Amendementen. —No5: Rapport. —Nr5: Verslag. —No6: Texte adopté par la commission. —Nr6: Tekst aangenomen door de commissie.


() Troisièmesession de la 49elégislature. () Derde zitting van de 49ezittingsperiode. S. — 2317


Page 18

FR

-313/7-95/96 [ 2 ] TABLE DES MATIERES INHOUDSTAFEL


Page Blz. INTRODUCTION................................................................ 5 INLEIDING......................................................................... 5 PREMIERE PARTIE: CONSTITUTION, MISSION,

NL

DEEL EEN: OPRICHTING, TAAKOMSCHRIJVING, METHODE DE TRAVAIL.................................................. 8 WERKMETHODE............................................................... 8 I. Constitution de la commission d'enquête ............... 8 I. Oprichting van de onderzoekscommissie................ 8 II. Mission de la commission d'enquête ...................... 9 II. Taakomschrijving van de onderzoekscommissie.... 9 III. Méthode de travail................................................... 10 III. Werkmethode........................................................... 10 A. Règlement d'ordre intérieur............................. 10 A. Huishoudelijk reglement.................................. 10 B. Organisation des travaux ................................ 11 B. Organisatie van de werkzaamheden................ 11 C. Initiatives prises par la commission sur le plan C. Door de commissie genomen initiatieven op ge- judiciaire ........................................................... 12 rechtelijk vlak................................................... 12 D. Désignation d'experts....................................... 13 D. Aanwijzing van deskundigen........................... 13 DEUXIEME PARTIE: AUDITIONS DE TEMOINS........ 15 DEEL TWEE: HOORZITTINGEN MET GETUIGEN..... 15 I. Liste des témoins..................................................... 15 I. Lijst van de getuigen............................................... 15 II. Résumé des auditions publiques............................ 19 II. Samenvatting van de openbare hoorzittingen........ 19 A. Membres du gouvernement............................. 19 A. Leden van de regering...................................... 19

  1. Le vice-premier ministre et ministre de l'In- 1. De vice-eerste minister en minister van Bin- térieur........................................................... 19 nenlandse Zaken.......................................... 19
  2. Le ministre de la Justice............................. 21 2. De minister van Justitie............................. 21
  3. M. Coppens (directeur général (adjoint lin- 3. De heer Coppens (directeur generaal (twee- guistique) de l'Administration centrale de talig adjunct) van de centrale administratie l'Inspection spéciale des impôts, représen- van de Bijzondere Belastingsinspectie), ver- tant du vice-premier ministre et ministre tegenwoordiger van de vice-eerste minister des Finances et du Commerce extérieur).... 26 en minister van Financiën en van Buitenland- se Handel..................................................... 26 B. Magistrats......................................................... 28 B. Magistraten....................................................... 28
  4. M. Van Oudenhove (procureur général près 1. De heer Van Oudenhove (procureur-gene- la cour d'appel de Bruxelles), M. Cornelis raal bij het hof van beroep van Brussel), de (avocat général près la cour d'appel de Bruxel- heer Cornelis (advocaat-generaal bij het hof les) et M. Duinslaeger (magistrat national) 28 van beroep van Brussel) en de heer Duin- slaeger (nationaal magistraat)................... 28
  5. M. Cambier (premier substitut du procureur 2. De heer Cambier (eerste substituut-procu- du Roi, parquet de Bruxelles)..................... 44 reur des Konings, parket van Brussel)....... 44
  6. M. Godbille (premier substitut du procureur 3. De heer Godbille (eerste substituut-procu- du Roi, parquet de Bruxelles)..................... 45 reur des Konings, parket van Brussel)....... 45
  7. M. Van Espen (juge d'instruction, Bruxelles) 48 4. De heer Van Espen (onderzoeksrechter, Brus- sel)................................................................ 48 C. Responsables des services de police et de rensei- C. Verantwoordelijken van de politie- en inlichtin- gnement............................................................. 52 gendiensten...................................................... 52
  8. M. Deridder (commandant de la gendarme- 1. De heer Deridder (commandant van de rijks- rie) ................................................................ 52 wacht)........................................................... 52
  9. M. de Vroom (commissaire général de la 2. De heer de Vroom (commissaris-generaal police judiciaire)........................................... 54 van de gerechtelijke politie)........................ 54
  10. M. Georis (chef du Service Général du Ren- 3. De heer Georis (hoofd van de Algemene Dienst seignement et de la Sécurité des forces ar- Inlichting en Veiligheid van de strijdkrach- mées) ............................................................ 57 ten)................................................................ 57 D. Représentants de services administratifs et d'or- D. Vertegenwoordigers van administratieve dien- ganismes relevant des autorités fédérales ou sten en instellingen die onder de federale of communautaires............................................... 58 gemeenschapsoverheid ressorteren................. 58
  11. M. Spreutels (président de la cellule de trai- 1. De heer Spreutels (voorzitter van de cel voor tement des informations financières) ......... 58 financiële informatieverwerking)................ 58
  12. M. Lelièvre (délégué général aux droits de 2. De heer Lelièvre («délégué général aux droits l'enfant et à l'aide à la jeunesse de la Commu- de l'enfant et à l'aide à la jeunesse» van de nauté française)........................................... 65 Franse Gemeenschap)................................. 65
  13. M. De Geest (conseiller en chef du «Comité 3. De heer De Geest (hoofdadviseur van het voor bijzondere jeugdzorg» de Gand) ......... 67 comité voor bijzondere jeugdzorg uit Gent) 67 E. Représentants des milieux académiques......... 68 E. Vertegenwoordigers van academische kringen 68
  14. M. Ringlet (vice-recteur de l'Université Ca- 1. De heer Ringlet (vice-rector van de «Univer- tholique de Louvain) ................................... 68 sité Catholique de Louvain»)..................... 68
  15. M. Denaux (chargé de cours principal à la 2. De heer Denaux (hoofddocent aan de facul- faculté de théologie de la «Katholieke Uni- teit van de Godgeleerdheid van de Katholie- versiteit Leuven»)....................................... 74 ke Universiteit Leuven).............................. 74
  16. M. Van den Wyngaert (professeur de philo- 3. De heer Van den Wyngaert (hoogleraar filo- sophie au «Hoger Pedagogisch Instituut van sofie van het Hoger Pedagogisch Instituut de Kempen» et fondateur de la «Vereniging van de Kempen en oprichter van de Vereni- ter verdediging van persoon en gezin»)...... 78 ging ter verdediging van persoon en gezin) 78

Page 19

[ 3 ] -313/7-95/96 4. Mme Morelli (professeur à l'Institut d'étude 4. Mevr. Morelli (hoogleraar aan het «Institut des religions et de la laïcité de l'Université d'étude des religions et de la laïcité» van de Libre de Bruxelles)...................................... 84 «Université Libre de Bruxelles»)............... 84 5. M. Dobbelaere (professeur à la faculté des 5. De heer Dobbelaere (hoogleraar aan de Fa- sciences sociales de la «Katholieke Univer- culteit Sociale Wetenschappen van de Katho- siteit Leuven»)............................................ 89 lieke Universiteit Leuven).......................... 89 6. M. Nefontaine (collaborateur scientifique à 6. De heer Nefontaine (wetenschappelijk me- l'Université Libre de Bruxelles)................. 92 dewerker bij de «Université Libre de Bruxel- les)................................................................ 92 F. Auteurs.............................................................. 95 F. Auteurs.............................................................. 95

  1. M. Lallemand (journaliste au quotidien «Le 1. De heer Lallemand (journalist bij het dag- Soir» et auteur de «Les sectes en Belgique blad «Le Soir» en auteur van «Sekten in et au Luxembourg»).................................... 95 België en in Luxemburg»).......................... 95
  2. M. Abgrall (psychiatre, criminologue, expert 2. De heer Abgrall (psychiater, criminoloog, des- près la cour d'appel d'Aix-en-Provence et les kundige bij het hof van beroep van Aix-en- tribunaux).................................................... 101 Provence en bij de rechtbanken)................. 101
  3. M. Vuarnet (auteur de «Lettre à ceux qui ont 3. De heer Vuarnet (auteur van «Lettre à ceux tué ma femme et mon fils»)........................ 109 qui ont tué ma femme et mon fils»)............ 109
  4. M. Facon (écrivain)...................................... 111 4. De heer Facon (schrijver)............................ 111
  5. M. Lips (auteur de «Internet en Belgique») 116 5. De heer Lips (auteur van «Internet in Bel- gië») ............................................................. 116
  6. M. Devillé (auteur de «Het Werk. Een katho- 6. De heer Devillé (auteur van «Het Werk. Een lieke sekte?»).............................................. 121 katholieke sekte?»).................................... 121 G. Représentants d'associations de défense des vic- G. Vertegenwoordigers van verenigingen die slacht- times ................................................................. 121 offers bijstaan................................................... 121 a. En Belgique.................................................. 121 a. In België....................................................... 121
  7. Mme Nyssens (Association de défense de 1. Mevr. Nyssens («Association de défense l'individu et de la famille)...................... 121 de l'individu et de la famille») ............... 121
  8. Mme Degrieck («Vereniging ter verdedi- 2. Mevr. Degrieck (Vereniging ter verdedi- ging van persoon en gezin»).................. 124 ging van persoon en gezin).................... 124
  9. M. De Droogh («Vereniging ter verdedi- 3. De heer De Droogh (Vereniging ter verde- ging van persoon en gezin»).................. 129 diging van persoon en gezin)................. 129
  10. M. Berliner (docteur en médecine et re- 4. De heer Berliner (dokter in de geneeskun- présentant de l'Association des victimes de en vertegenwoordiger van de Vereni- des pratiques illégales de la médecine).. 134 ging voor de slachtoffers van illegale ge- neeskundige praktijken)........................ 134 b. A l'étranger.................................................. 138 b. In het buitenland......................................... 138
  11. Mme Tavernier (Union nationale des as- 1. Mevr. Tavernier («Union nationale des sociations de défense des familles et de associations de défense des familles et de l'individu)................................................ 138 l'individu») ............................................. 138
  12. M. Fisch (Cercle de défense de l'individu 2. De heer Fisch («Cercle de défense de l'in- et de la famille)....................................... 141 dividu et de la famille»)......................... 141 H. Adeptes, ex-adeptes et membres de la famille H. Leden, ex-leden en familieleden van (ex-)leden 151 d'(ex-)adeptes.................................................... 151
  13. M. Vandenneucker...................................... 151 1. De heer Vandenneucker.............................. 151
  14. M. Verriest................................................... 154 2. De heer Verriest.......................................... 154
  15. Mme Paulis.................................................. 155 3. Mevr. Paulis................................................. 155
  16. M. Devillé et Mmes Cochet, Decock, Bra- 4. De heer Devillé en Mevr. Cochet, Decock, bants-Martens, Van Bulck et Achten-Wy- Brabants-Martens, Van Bulck en Achten- nants............................................................. 157 Wynants....................................................... 157
  17. M. Janssen................................................... 168 5. De heer Janssen.......................................... 168
  18. M. Ouardi..................................................... 168 6. De heer Ouardi............................................ 168
  19. Mme Sterk et M. Nösselt............................ 170 7. Mevr. Sterk en de heer Nösselt.................. 170
  20. M. Declercq.................................................. 173 8. De heer Declercq.......................................... 173 I. Représentants des organisations qui ont de- I. Vertegenwoordigers van de verenigingen die mandé à être entendues................................... 175 gevraagd hebben om gehoord te worden.......... 175
  21. MM. Vaquette et Vermeulen (Eglise de Scien- 1. De heren Vaquette en Vermeulen (Scientolo- tologie).......................................................... 175 gy-kerk)........................................................ 175
  22. Sahaja Yoga................................................. 185 2. Sahaja Yoga................................................. 185
  23. M. Ries et Mme Bommerez (L'Œuvre)........ 185 3. De heer Ries en mevrouw Bommerez (Het Werk)............................................................ 185
  24. MM. de Caravalho et Corne (Ogyen Kunzang 4. De heren de Caravalho en Corne (Ogyen Chöling) et Mme Wouters, avocate............. 199 Kunzang Chöling) en Mevr. Wouters, advo- cate............................................................... 199
  25. R. Spatz, Lama Kunzang Dorje (Ogyen Kun- 5. R. Spatz, Lama Kunzang Dorje (Ogyen Kun- zang Chöling)............................................... 210 zang Chöling)............................................... 210
  26. M. Figares (Nouvelle Acropole).................. 217 6. De heer Figares (Nieuw Akropolis)............. 217
  27. MM. Corticelli et Aird (La Famille)............ 230 7. De heren Corticelli en Aird (De Familie).... 230
  28. M. et Mme Dumaine (Eglise du Christ de 8. De heer en Mevr. Dumaine («Eglise du Christ Bruxelles)..................................................... 243 de Bruxelles») ............................................. 243
  29. MM. Borghs et Vandecasteele (Société an- 9. De heren Borghs en Vandecasteele (Anthro- throposophique en Belgique)...................... 249 posofische Vereniging in België) ................. 249 10.MM. Lefebre et De Groeve (Sûkyô Mahikari) 258 10.De heren Lefebre en De Groeve (Sûkyô Mahi- kari).............................................................. 258 11.MM. Carbonell et Nawezi-Daems (Mouve- 11.De heren Carbonell en Nawezi-Daems ment raëlien)................................................ 274 (Raëliaanse beweging)................................. 274

Page 20

FR

-313/7-95/96 [ 4 ] III. Eléments d'information fournis lors des auditions à III. Informatie uit de hoorzittingen met gesloten deuren 285 huis clos.................................................................... 285

  1. La secte de l'Ange Albert ................................. 285 1. Sekte van de Engel Albert............................... 285
  2. Antroposophie: Société anthroposophique en 2. Antroposofie: de Antroposofische vereniging in Belgique et pédagogie Steiner......................... 292 België en de Steiner-pedagogie........................ 292
  3. Aoum ................................................................. 292 3. Aoum ................................................................. 292
  4. Association du Saint-Esprit pour l'Unification 4. Vereniging van Heilige Geest voor de Eenma- du Christianisme Mondial (Moon) .................. 292 king van het wereldchristendom (Moon)......... 292
  5. Association internationale pour la conscience 5. Internationale beweging voor het geweten van de Krishna (AICK)............................................ 295 Krishna (ISKCON)........................................... 295
  6. Au cœur de la communication (ACC)............... 297 6. Au cœur de la communication (ACC)............... 297
  7. Chevaliers du Lotus d'or (Mandarom)............. 299 7. Chevaliers du Lotus d'or (Mandarom)............. 299
  8. Communauté du Caillou ou les «Jeudis du 8. «Communauté du Caillou» ou les «Jeudis du Caillou» ou «La Cité»..................................... 299 Caillou» (ou «La Cité»).................................. 299
  9. De Groep............................................................ 301 9. De Groep............................................................ 301
  10. Ecole de Philosophie......................................... 302 10. School voor Filosofie......................................... 302
  11. Ecoovie............................................................... 304 11. Ecoovie............................................................... 304
  12. Eglise de Scientologie....................................... 307 12. Scientology-kerk............................................... 307
  13. Eglise du Christ de Bruxelles.......................... 316 13. Eglise du Christ de Bruxelles.......................... 316
  14. Eglise universelle du Royaume de Dieu (Igreja 14. Universele Kerk van het Rijk Gods (Igreja Uni- Universal do Reino de Deus)............................ 318 versal do Reino de Deus).................................. 318
  15. Elewout Centrum............................................. 320 15. Elewout Centrum............................................. 320
  16. Energie Humaine et Universelle (HUE)......... 323 16. Human and Universal Energy (HUE) ............ 323
  17. Energo-chromo-kinèse (ECK).......................... 324 17. Energo-chromo-kinèse (ECK).......................... 324
  18. Ex Deo Nascimur.............................................. 324 18. Ex Deo Nascimur.............................................. 324
  19. Fraternité Blanche Universelle....................... 325 19. Universele Witte Broederschap....................... 325
  20. Institut gnostique d’anthropologie.................. 327 20. Gnostisch Antropologisch Instituut................ 327
  21. Kreatieve Energie............................................. 327 21. Kreatieve Energie............................................. 327
  22. La Famille (ex-Enfants de Dieu)..................... 329 22. De Familie (voormalige «Children of God)..... 329
  23. La Foi Mondiale Baha’ie.................................. 332 23. Het Baha’i-Wereldgeloof.................................. 332
  24. Méditation transcendantale............................. 332 24. Transcendente meditatie................................. 332
  25. Mouvement du Graal ....................................... 333 25. De Graalbeweging............................................ 333
  26. Le Mouvement (humaniste)............................. 335 26. Le Mouvement (humaniste)............................. 335
  27. Nouvelle Acropole............................................. 336 27. Nieuw Acropolis................................................ 336
  28. Ordre Souverain et Militaire du Temple de Jé- 28. Ordre Souverain et Militaire du Temple de rusalem (OSMTJ)............................................. 337 Jérusalem (OSMTJ)......................................... 337
  29. Ordre du Temple Solaire (OTS)....................... 338 29. Orde van de Zonnetempel (OZT)..................... 338
  30. Le Père Samuel................................................. 340 30. Le Père Samuel................................................. 340
  31. Les «Pinkstergemeenten» .............................. 341 31. De Pinkstergemeenten..................................... 341
  32. Sahaja Yoga..................................................... 343 32. Sahaja Yoga..................................................... 343
  33. Sathya Sai Baba............................................... 348 33. Sathya Sai Baba............................................... 348
  34. Siddha Shiva Yoga............................................ 348 34. Siddha Shiva Yoga............................................ 348
  35. Sierra 21........................................................... 350 35. Sierra 21........................................................... 350
  36. Soka Gakkai..................................................... 353 36. Soka Gakkai..................................................... 353
  37. Sûkyô Mahikari................................................ 353 37. Sûkyô Mahikari................................................ 353
  38. Les Szatmars.................................................... 358 38. De Szatmars..................................................... 358
  39. Témoins de Jéhovah......................................... 359 39. Getuigen van Jehova........................................ 359
  40. Les thérapeutes................................................ 361 40. De therapeuten................................................. 361 a. M. Van Orshoven......................................... 361 a. de heer Van Orshoven................................. 361 b. l’INDIP........................................................ 363 b. het INDIP.................................................... 363 c. autres cas signalés ...................................... 363 c. andere vermelde gevallen........................... 363 TROISIEME PARTIE : COMMISSION ROGATOIRE RE-

NL

DEEL DRIE : AMBTELIJKE OPDRACHT IN VERBAND LATIVE A L'ORDRE DU TEMPLE SOLAIRE. MET DE ORDE VAN DE ZONNETEMPEL. QUATRIEME PARTIE : EXAMEN DU DOSSIER JUDI- DEEL VIER : VERSLAG VAN DE HEER TROUSSE OVER CIAIRE CONCERNANT LA SECTE «ECOOVIE». HET GERECHTELIJKE DOSSIER BETREFFENDE DE SEKTE «ECOOVIE». CINQUIEME PARTIE : UN PHENOMENE MULTIFOR- DEEL VIJF : EEN VERSCHIJNSEL DAT VELE VOR- ME A LA DANGEROSITE EVOLUTIVE : CONSTATS. MEN AANNEEMT EN WAARVAN DE SCHADELIJK- HEID EVOLUEERT : VASTSTELLINGEN. SIXIEME PARTIE : CONCLUSIONS ET RECOMMAN- DEEL ZES : CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN. DATIONS. (Pour le détail de ces quatre dernières parties, voir la (Voor de specificatie van die laatste vier delen, zie partie II du présent rapport). deel II van dit verslag).



Page 21

FR

  • 313 / 8 - 95 / 96 - 313 / 8 - 95 / 96 Chambre des Représentants Belgische Kamer de Belgique van Volksvertegenwoordigers SESSION ORDINAIRE 1996-1997() GEWONE ZITTING 1996-1997() 28AVRIL 1997 28APRIL 1997

ENQUETE PARLEMENTAIRE PARLEMENTAIR ONDERZOEK visant à élaborer une politique en vue met het oog op de beleidsvorming de lutter contre les pratiques illégales ter bestrijding van de onwettige des sectes et le danger qu'elles praktijken van de sekten en van de représentent pour la société gevaren ervan voor de samenleving et pour les personnes, en voor het individu, inzonderheid particulièrement les mineurs d'âge voor de minderjarigen


RAPPORT VERSLAG FAIT AU NOM DE LA COMMISSION NAMENS DE D'ENQUETE (1) ONDERZOEKSCOMMISSIE (1) PAR UITGEBRACHT DOOR MM. DUQUESNE ET WILLEMS DE HEREN DUQUESNE EN WILLEMS


(PARTIE II) (

NL

DEEL II) ——— ———


(1) Composition de la commission: (1) Samenstelling van de commissie: Président: M. Moureaux. Voorzitter: De heer Moureaux. Membres: Leden: C.V.P. MM. De Crem, Willems. C.V.P. HH. De Crem, Willems. P.S. MM. Borin, Moureaux. P.S. HH. Borin, Moureaux. V.L.D. MM. Eeman, Smets. V.L.D. HH. Eeman, Smets. S.P. M. Schoeters, N. S.P. H. Schoeters, N. P.R.L.-M. Duquesne. P.R.L.-H. Duquesne. F.D.F. F.D.F. P.S.C. Mme de T'Serclaes. P.S.C. Mevr. de T'Serclaes. VlaamsM. Huysentruyt. VlaamsH. Huysentruyt. Blok Blok


Voir: Zie: -313-95/96: -313-95/96: —No1: Proposition de M. Duquesne et consorts. —Nr1: Voorstel van de heer Duquesne c.s. —Nos 2 à 4 : Amendements. —Nrs 2 tot 4 : Amendementen. —No5: Rapport. —Nr5: Verslag. —No6: Texte adopté par la commission. —Nr6: Tekst aangenomen door de commissie. —No7: Rapport (partie I). —Nr7: Verslag (deel I).


() Troisièmesession de la 49elégislature. () Derde zitting van de 49ezittingsperiode. S. — 2318


Page 22

FR

-313/8-95/96 [ 2 ] TABLE DES MATIERES INHOUDSTAFEL


Page Blz. TROISIEME PARTIE: COMMISSION ROGATOIRE RE-

NL

DEELDRIE: AMBTELIJKE OPDRACHT IN VERBAND LATIVE A L’ORDRE DU TEMPLE SOLAIRE................. 5 MET DE ORDE VAN DE ZONNETEMPEL..................... 5 I. Note sur les devoirs d’instruction accomplis sur I. Nota inzake de onderzoeksverrichtingen die op ver- requête de la commission d’enquête par un magis- zoek van de onderzoekscommissie worden verricht trat judiciaire.......................................................... 5 door een rechterlijke magistraat............................ 5 II. Texte de la commission rogatoire adressée au pre- II. Tekst van de ambtelijke opdracht aan de eerste mier président de la cour d’appel de Bruxelles ..... 8 voorzitter van het hof van beroep van Brussel...... 8 III. Désignation d’un juge d’instruction ....................... 10 III. Aanwijzing van een onderzoeksrechter.................. 10 IV. Circonstances du décès de 74 personnes, survenu IV. Omstandigheden waarin 74personen zijn overle- dans le cadre des activités de l’Ordre du Temple den in het kader van de activiteiten van de Orde van Solaire...................................................................... 11 de Zonnetempel....................................................... 11 V. Première audition de M. Bulthé, doyen des juges V. Eerste hoorzitting met de heer Bulthé, deken van de d’instruction près le tribunal de première instance onderzoeksrechters bij de rechtbank van eerste aan- de Bruxelles (6décembre 1996).............................. 27 leg (6december 1996).............................................. 27 VI. Deuxième audition de M. Bulthé et audition de VI. Tweede hoorzitting met de heer Bulthé en hoorzit- M.François, gendarme (15 avril 1997).................. 39 ting met de heer François, rijkswachter (15 april 1997) ..................................................................... 39 QUATRIEME PARTIE : EXAMEN DU DOSSIER JUDI- DEEL VIER: ONDERZOEK VAN HET GERECHTELIJ- CIAIRE CONCERNANT LA SECTE «ECOOVIE»......... 51 KE DOSSIER BETREFFENDE DE SEKTE «ECOOVIE» 51 I. Les poursuites judiciaires....................................... 51 I. De rechtsvervolging................................................. 51 II. Le groupe dirigé par M. Joseph Maltais................ 56 II. De door de heer Joseph Maltais geleide beweging. 56 III. Les manipulations financières, de noms et de titres III. Gesjoemel met geld, namen en adellijke titels...... nobiliaires................................................................ 66 66 IV. Les «promissory notes» indonésiennes................. 81 IV. De indonesische « promissory notes »..................... 81 CINQUIEME PARTIE : UN PHENOMENE MULTIFOR- DEELVIJF: EEN VERSCHIJNSEL DAT VELE VOR- ME A LA DANGEROSITE EVOLUTIVE: CONSTATS. 89 MEN AANNEEMT EN WAARVAN DE SCHADELIJK- HEID EVOLUEERT: VASTSTELLINGEN..................... 89 Section1: L’approche théorique ............................ 89 Afdeling1: Theoretische benadering..................... 89 I. Vers une ébauche de définition............................... 89 I. Een aanzet tot definitie........................................... 89 A. Introduction..................................................... 89 A. Inleiding........................................................... 89 B. Développement................................................. 89 B. Analyse............................................................. 89

  1. L’approche linguistique............................... 89 1. Taalkundige benadering............................. 89
  2. L’approche sociologique............................... 95 2. Sociologische benadering............................ 95
  3. Quelques définitions proposées par des té- 3. Een aantal definities die tijdens de hoorzit- moins au cours des auditions...................... 96 tingen door de getuigen werden voorgesteld 96
  4. Conclusions de la commission : sectes, orga- 4. Conclusies van de commissie: sekten, scha- nisations sectaires nuisibles, associations de delijke sektarische organisaties, verenigin- malfaiteurs................................................... 99 gen met het oogmerk om misdrijven te ple- gen............................................................... 99 II. La perception en Europe d’un phénomène aux rami- II. De waarneming in Europa van een verschijnsel met fications internationales ......................................... 102 internationale vertakkingen................................... 102 A. Le contexte européen........................................ 102 A. De Europese context......................................... 102
  5. Le Parlement européen (1984)................... 102 1. Het Europees Parlement (1984)................. 102
  6. L’Assemblée parlementaire du Conseil de 2. De parlementaire Assemblee van de Raad l’Europe (1992)............................................. 103 van Europa (1992)....................................... 103
  7. Le Parlement européen (1996)................... 103 3. Het Europees Parlement (1996)................. 103
  8. Le Conseil de l'Europe (1997)..................... 104 4. De Raad van Europa (1997)........................ 104
  9. Les exemples français................................. 104 5. De Franse voorbeelden................................ 104 a.le rapport Vivien (1984).......................... 104 a.het verslag-Vivien (1984)........................ 104 b.le rapport Guyard (1995) ........................ 105 b.het verslag-Guyard (1995)...................... 105
  10. L’approche des Pays-Bas............................. 106 6. De Nederlandse benadering....................... 106
  11. La riposte de l’Allemagne........................... 107 7. De Duitse tegenaanval................................ 107
  12. La Suisse: le rapport d’un groupe d’experts 109 8. Zwitserland: het verslag van een groep des- kundigen..................................................... 109 B. Les liens internationaux entre les sectes........ 110 B. Internationale bindingen tussen de sekten.... 110 C. Les principes créneaux porteurs exploités par C. Dekmantelactiviteiten van de sektarische orga- les associations sectaires.................................. 112 nisaties............................................................. 112 D. Analyses diverses du phénomène des sectes.. 114 D. Verschillende analyses van het verschijnsel sek- ten..................................................................... 114

Page 23

FR

[ 3 ] -313/8-95/96 Section2: L’approche pratique.............................. 119 Afdeling2: Praktische benadering........................ 119 I. La jurisprudence..................................................... 119 I. De rechtspraak........................................................ 119 A. Introduction..................................................... 119 A. Inleiding........................................................... 119 B. Condamnations à l'encontre d'un certain nom- B. Veroordelingen van een zeker aantal sektari- bre d'organisations sectaires: quelques exem- sche organisaties: een paar voorbeelden........ 120 ples.................................................................... 120 C. Affaires judiciaires touchant des organisations C. Rechtszaken in België waarbij sektarische or- sectaires en Belgique........................................ 124 ganisaties betrokken zijn................................. 124 II. Les activités des associations de défense des victi- II. Activiteiten van de verenigingen die op nationaal en mes au niveau national et international................ 128 internationaal niveau de verdediging van slachtof- fers opnemen........................................................... 128 A. En Belgique...................................................... 128 A. In België........................................................... 128 B. En Europe........................................................ 132 B. In Europa......................................................... 132 C. La FECRIS (Fédération européenne des centres C. De FECRIS (Fédération européenne des cen- de recherche et d’information sur le sectarisme). 133 tres de recherche et d’information sur le secta- risme)................................................................ 133 D. Aux Etats-Unis................................................. 135 D. In de Verenigde Staten .................................... 135 III. Pratiques des mouvements identifiées par la com- III. Praktijken van de bewegingen, die door de parle- mission d’enquête parlementaire........................... 136 mentaire onderzoekscommissie werden geïden- tificeerd ................................................................. 136 A. Le recrutement................................................. 136 A. De rekrutering.................................................. 136 B. Les stratégies de persuasion et l’endoctrine- B. De overtuigingsstrategieën en indoctrinatie.. 141 ment.................................................................. 141 C. Aspects de la vie au sein d’une secte............... 155 C. Aspecten van het leven binnen een sekte....... 155 D. La rupture avec l’entourage............................. 166 D. De breuk met de omgeving.............................. 166 E. Les enfants et les sectes................................... 169 E. De kinderen en de sekten................................. 169 F. Les organisations sectaires et le pouvoir politi- F. De sektarische organisaties en de politieke macht 174 que.................................................................... 174 G. Les aspects financiers...................................... 178 G. De financiële aspecten...................................... 178 IV. Les abus constatés................................................... 187 IV. De vastgestelde misbruiken.................................... 187 A. Sur le plan de la législation économique et A. Op het vlak van de economische en fiscale wet- fiscale................................................................ 187 geving............................................................... 187 B. Sur le plan de la législation sociale................. 189 B. Op het vlak van de sociale wetgeving............. 189 C. Sur le plan du droit civil.................................. 190 C. Op burgerrechtelijk vlak.................................. 190 D. Sur le plan du droit pénal................................ 192 D. Op strafrechtelijk vlak..................................... 192 V. Aperçu des principales propositions formulées par V. Overzicht van de belangrijkste voorstellen van de les témoins entendus par la commission ............... 199 door de commissie gehoorde getuigen.................... 199 SIXIEME PARTIE : CONCLUSIONS ET RECOMMAN-

NL

DEELZES: CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN...... 208 DATIONS............................................................................ 208 A. Perception de la problématique sectaire et constats A. Perceptie van de sektarische problematiek en vast- de carence................................................................ 208 gestelde tekortkomingen......................................... 208

  1. Premières initiatives du gouvernement fédéral 209 1. Eerste initiatieven van de federale regering.. 209 . 2. Insuffisances dans l’action des parquets et des 2. Gebreken in de werking van de parketten en services de police et de renseignement........... 210 van de politie- en inlichtingendiensten........... 210 a. les parquets.................................................. 211 a. de parketten................................................. 211 b. les services de police et de renseignement. 212 b. de politie- en inlichtingendiensten............. 212
  2. Lacunes des administrations des Finances et 3. Tekortkomingen van de diensten van Financiën des Affaires Sociales en matière d’information en Sociale Zaken op het stuk van de informatie- et de coordination............................................. 213 verstrekking en de coördinatie........................ 213 a. sur le plan financier.................................... 213 a. op financieel vlak......................................... 213 b. sur le plan fiscal.......................................... 214 b. op fiscaal vlak.............................................. 214 c. sur le plan des lois sociales......................... 215 c. met betrekking tot de sociale wetgeving ... 215
  3. Les pratiques thérapeutiques illicites et les abus 4. Ongeoorloofde therapeutische praktijken en en matière médicale et paramédicale ............. 216 misbruiken op medisch en paramedisch vlak 216
  4. Les enfants dans les sectes : une vigilance et une 5. De kinderen in de sekten: onvoldoende waak- protection insuffisantes.................................... 217 zaamheid en bescherming................................ 217
  5. Carences constatées en matière d’information, 6. Vastgestelde tekortkomingen op het stuk van d’éducation et de structures d’accueil............. 218 de voorlichting, de vorming en de begeleidings- structuren......................................................... 218 B. Recommandations ................................................... 219 B. Aanbevelingen ........................................................ 219
  6. Sur le plan des compétences fédérales............ 220 1. Wat de federale bevoegdheden betreft............ 220 a) Une sensibilisation et une formation accrues a) Een intensiever sensibilisering en opleiding des diverses autorités et services concernés, van de verschillende betrokken instanties en ainsi que la mise en place de nouvelles struc- diensten, alsmede de oprichting van nieuwe tures administratives.................................. 220 administratieve structuren......................... 220 b) Renforcement des moyens d’action des auto- b) Meer actiemiddelen voor de gerechtelijke rités et services judiciaires, de police et de overheid en diensten en voor de politie- en renseignement............................................. 221 inlichtingendiensten.................................... 221 c) Intensification de la coopération avec les c) Intensivering van de samenwerking met de instances européennes et internationales. 222 Europese en de internationale instanties.. 222

Page 24

-313/8-95/96 [ 4 ] 2. Sur le plan des compétences communautaires. 222 2. Wat de bevoegdheden van de Gemeenschappen betreft............................................................... 222 a) La nécessité d’une information du public et a) De noodzaak van een publieksvoorlichting, des jeunes en particulier............................. 222 in het bijzonder van de jongeren................ 222 b) La formation des enfants en dehors des éta- b) De vorming van de kinderen buiten de er- blissements scolaires reconnus................... 223 kende scholen............................................... 223 c) Le phénomène sectaire et la formation du c) Het verschijnsel sekten en de artsenoplei- corps médical............................................... 223 ding.............................................................. 223 d) L’aide aux ex-adeptes et aux victimes des d) De hulpverlening aan gewezen volgelingen organisations sectaires nuisibles................ 223 en slachtoffers van schadelijke sektarische organisaties.................................................. 223 3. La nécessité d’une adaptation de la législation 3. De wetgeving moet worden aangepast aan de aux dangers que présentent les organisations gevaren die de schadelijke sektarische organi- sectaires nuisibles ............................................ 223 saties inhouden................................................. 223 a) Nouvelle disposition pénale générale proté- a) Nieuwe algemene strafrechtelijke bepaling geant l'exercice des droits constitutionnels tot bescherming van de uitoefening van de fondamentaux.............................................. 223 grondwettelijke basisrechten...................... 223 b) Nouvelles dispositions pénales spécifiques 224 b) Nieuwe specifieke strafrechtelijke bepalin- gen............................................................... 224 1(cid:176) l'abus de la situation de faiblesse.......... 224 1(cid:176) misbruik van een toestand van zwakheid 224 2(cid:176) la provocation active au suicide............. 225 2(cid:176) het aktief aanzetten tot zelfmoord......... 225 c) Adaptation ou révision de dispositions exis- c) Aanpassing of herziening van bestaande be- tantes........................................................... 225 palingen....................................................... 225 1(cid:176) adaptation de la loi du 8 avril 1965 relati- 1(cid:176) aanpassing van de wet van 8april 1965 ve à la protection de la jeunesse............ 225 betreffende de jeugdbescherming.......... 225 2(cid:176) adaptation de la loi du 24 mai 1921 garan- 2(cid:176) aanpassing van de wet van 24 mei 1921 tissant la liberté d'association et de la loi die de vrijheid van de vereniging waar- organique du 27juin 1921 relative aux borgt, en van de gecoördineerde wet van A.S.B.L. et aux établissements d'utilité 27 juni 1921 betreffende de v.z.w.'s en de publique................................................... 225 instellingen van openbaar nut............... 225 4. Création d'un observatoire indépendant......... 226 4. Oprichting van een onafhankelijk observato- rium ................................................................. 226 TABLEAU SYNOPTIQUE................................................. 227 SYNOPTISCHE TABEL.................................................... 227 ANNEXES.......................................................................... 275 BIJLAGEN ......................................................................... 275 ANNEXE1: L'approche socio-juridique de la notion BIJLAGE1: De sociaal-juridische benadering van d'organisation sectaire nuisible......... 275 het begrip « schadelijke sektarische or- ganisatie»............................................ 275 ANNEXE2: La surveillance des associations reli- BIJLAGE2: De controle op religieuze of filosofische gieuses ou philosophiques. Suggestions verenigingen. Voorstellen van hervor- de réformes.......................................... 280 mingen................................................. 280 ANNEXE3: Le monopole médical........................... 296 BIJLAGE3: Medisch alleenrecht............................ 296 ANNEXE4: Le satanisme....................................... 303 BIJLAGE4: Satanisme............................................ 303



Page 25

FR

PARTIE V

NL

DEEL V Motion adoptée en séance plénière. Motie aangenomen in plenaire vergadering.


Page 26

  • 313 / 9 - 95 / 96 - 313 / 9 - 95 / 96 Chambre des Représentants Belgische Kamer de Belgique van Volksvertegenwoordigers SESSION ORDINAIRE 1996 - 1997 () GEWONE ZITTING 1996 - 1997 () 7 MAI 1997 7 MEI 1997 ENQUETE PARLEMENTAIRE PARLEMENTAIR ONDERZOEK visant à élaborer une politique en met het oog op de beleidsvorming vue de lutter contre les pratiques ter bestrijding van de onwettige illégales des sectes et le danger praktijken van de sekten en van de qu’elles représentent pour la gevaren ervan voor de samenleving société et pour les personnes, en voor het individu, inzonderheid particulièrement les mineurs d’âge voor de minderjarigen MOTION ADOPTEE MOTIE AANGENOMEN EN SEANCE PLENIERE IN PLENAIRE VERGADERING LA CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS, DE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS, après avoir entendu l’exposé des rapporteurs et la gehoord hebbende de verslaggeving en de bespre- discussion concernant l’enquête parlementaire visant king betreffende het parlementair onderzoek met het à élaborer une politique en vue de lutter contre les oog op de beleidsvorming ter bestrijding van de on- pratiques illégales des sectes et le danger qu’elles re- wettige praktijken van de sekten en van de gevaren présentent pour la société et pour les personnes, par- ervan voor de samenleving en voor het individu, in- ticulièrement les mineurs d’âge : zonderheid voor de minderjarigen:
  1. prend connaissance du rapport de la Commis- 1. neemt kennis van het verslag van de onderzoeks- sion d’enquête; commissie; Voir: Zie:
  • 313 - 95 / 96 : - 313 - 95 / 96 : – No 1 : Proposition de M. Duquesne et consorts. – Nr 1 : Voorstel van de heer Duquesne c.s. – Nos 2 à 4 : Amendements. – Nrs 2 à 4 : Amendementen. – No 5 : Rapport. – Nr 5 : Verslag. – No 6 : Texte adopté par la commission. – Nr 6 : Tekstaangenomendoordecommissie. – No 7 : Rapport (partie I). – Nr 7 : Verslag (deel I). – No 8 : Rapport (partie II). – Nr 8 : Verslag (deel II). Annales: Handelingen: 13 et 14 mars 1996, 30 avril et 7 mai 1997 13 en 14 maart 1996, 30 april en 7 mei 1997 () Troisième session de la 49ème législature () Derde zitting van de 49ste zittingsperiode 2390

Page 27

  • 313 / 9 - 95 / 96 [ 2 ]
  1. approuve les «conclusions et recommandations» 2. stemt in met de «Conclusies en Aanbevelingen» telles que reprises dans la sixième partie (des pages van de onderzoekscommissie zoals opgenomen in deel 208 à 226); zes van haar verslag (blz. 208-226);
  2. décide que le «Tableau synoptique» ne fait pas 3. beslist dat de «Synoptische Tabel» geen deel uit- partie de ces conclusions et ne fait donc pas l’objet maakt van deze conclusies en derhalve ook niet het d’une quelconque approbation ou désapprobation par voorwerp uitmaakt van enige goed- of afkeuring door la Chambre. de Kamer.