(CAMERA DEI RAPPRESENTANTI DEL BELGIO) (Pagina 1)
INCHIESTA PARLAMENTARE
volta ad elaborare una politica per lottare contro le pratiche illegali delle sette e il pericolo che esse rappresentano per la società e per le persone, in particolare i minorenni
(Pagina 2)
SOMMARIO
- PARTE I Legge del 2 giugno 1998 recante creazione di un Centro di informazione e di pareri sulle organizzazioni settarie nocive e di una Cellula amministrativa di coordinamento della lotta contro le organizzazioni settarie nocive (Moniteur belge del 25 novembre 1998)
- PARTE II Decreto reale dell’8 novembre 1998 che stabilisce la composizione, il funzionamento e l’organizzazione della Cellula amministrativa di coordinamento della lotta contro le organizzazioni settarie nocive (Moniteur belge del 9 dicembre 1998)
- PARTE III Elenco dei documenti parlamentari e degli atti
- PARTE IV Relazione stilata a nome della commissione d’inchiesta parlamentare dai signori Duquesne e Willems
- PARTE V Mozione adottata in seduta plenaria.
(Pagina 3)
Legge del 2 giugno 1998 recante creazione di un Centro di informazione e di pareri sulle organizzazioni settarie nocive e di una Cellula amministrativa di coordinamento della lotta contro le organizzazioni settarie nocive (Moniteur belge del 25 novembre 1998)
(Pagina 4)
BELGISCH STAATSBLAD
Prijs van een jaarabonnement : België : F 4 260; buitenland: F 17 283. Prijs per nummer: F 10 per vel van acht bladzijden. Voor abonnementen en voor verkoop per nummer kan U terecht bij het Bestuur van het Belgisch Staatsblad, Leuvenseweg 40-42, 1000 Brussel. Telefoon 02'552 22 11.
168e JAARGANG
WOENSDAG 25 NOVEMBER 1998
Ministerie van Justitie
Wet van 2 juru 1998 houdende oprichting van een Informatie- en Adviescentrum inzake de schadelijke sektarische organisaties en van een Admirustratieve coéirdinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische orgarusaties, bl. 3782-t
(Pagina 5)
MINISTERIE VAN JUSTITIE
2 JUNI 1998. — Wet houdende oprichting van een Informatie- en Adviescentrum inzake de schadelijke sektarische organisaties en van een Administratieve coördinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische organisaties (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
HOOFDSTUK I. — Voorafgaande bepalingen
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2. Voor de toepassing van onderhavige wet wordt onder schadelijke sektarische organisatie verstaan, elke groepering met een levensbeschouwelijk of godsdienstig doel, of die zich als dusdanig voordoet en die zich in haar organisatie of praktijken, overgeeft aan schadelijke onwettige activiteiten, het individu of de samenleving schaadt of de menselijke waardigheid aantast.
Het schadelijk karakter van een sektarische organisatie wordt onderzocht op basis van de principes welke zijn vastgelegd in de Grondwet, de wetten, de decreten, ordonnanties en in de internationale verdragen inzake de bescherming van de rechten van de mens welke door België werden geratificeerd.
HOOFDSTUK II. — Informatie- en Adviescentrum inzake de schadelijke sektarische organisaties
Art. 3. Bij het ministerie van Justitie wordt een onafhankelijk centrum opgericht onder de naam « Informatie- en Adviescentrum inzake de schadelijke sektarische organisaties », hierna Centrum genaamd. De zetel van het Centrum is gevestigd in het administratief arrondissement « Brussel-Hoofdstad ».
Art. 4. § 1. Het Centrum bestaat uit twaalf vaste leden en twaalf plaatsvervangende leden die met een tweederde meerderheid door de Kamer van volksvertegenwoordigers worden aangewezen. Zes vaste leden en zes plaatsvervangende leden worden aangewezen op voor-dracht van de Ministerraad en voor elk van de te begeven ambten worden twee kandidaten voorgedragen. Zowel voor de rechtstreeks door de Kamer als voor de op de voordracht van de Ministerraad aangewezen leden wordt de taalpari-teit tussen de Nederlandstalige en de Franstalige leden gewaarborgd. Ten minste een vast lid en een plaatsvervangend lid kennen Duits.
De Kamer van volksvertegenwoordigers kiest uit de vaste leden de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter.
§ 2. De leden worden aangesteld voor een termijn van vier jaar, eenmaal hernieuwbaar, uit de eminente persoonlijkheden die bekend staan omwille van hun kennis, ervaring en hun interesse voor de problematiek van de schadelijke sektarische groeperingen. Zij dienen alle waarborgen te bieden om hun mandaat in volledige onafhankelijk-heid en in een geest van objectiviteit en onpartijdigheid te kunnen uitoefenen. De vaste en de plaatsvervangende leden kunnen van hun mandaat ontheven worden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, indien zij tekortkomen in hun plichten of de waardigheid van hun functie in het gedrang brengen.
§ 3. Om als vast of waarnemend lid te worden aangesteld en om die hoedanigheid te behouden moeten de kandidaten aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° de burgerlijke en politieke rechten genieten;
2° geen lid zijn van het Europees Parlement of van de Wetgevende Kamers, noch van een Gemeenschaps- of Gewestraad, noch van de Federale Regering of van een Gemeenschaps- of Gewestregering.
(Pagina 6)
§ 4. Het is de leden van het Centrum verboden aanwezig te zijn bij de beraadslagingen over onderwerpen indien zij hierbij een persoonlijk of rechststreeks belang hebben of waarbij hun bloed- of aanverwanten tot de vierde graad een persoonlijk of rechtstreeks belang hebben.
§ 5. Wanneer een vast lid verhinderd of afwezig is, wordt het vervangen door zijn plaatsvervanger. Het vast of plaatsvervangend lid waarvan het mandaat een einde neemt voor het verstrijken van de termijn van vier jaar, wordt volgens de in de eerste paragraaf bedoelde procedure vervangen door een vast of een plaatsvervangend lid dat voor de rest van de termijn wordt aangewezen. De Koning stelt de modaliteiten inzake de vergoeding van de leden van het Centrum vast.
Art. 5. Het Centrum stelt zijn huishoudelijk reglement op binnen twee maanden na zijn installatie. Het wordt ter goedkeuring voorge-legd aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Art. 6. § 1. Het Centrum is belast met de volgende opdrachten :
1° het verschijnsel van schadelijke sektarische organisaties in België en hun internationale bindingen bestuderen;
2° een voor het publiek toegankelijk documentatiecentrum organiseren;
3° zorgen voor het onthaal en de informatie van het publiek en ieder persoon die een vraag tot het Centrum richt, inlichten over zijn rechten en plichten en over de wijze waarop hij zijn rechten kan laten gelden;
4° hetzij uit eigen beweging, hetzij op verzoek van elk openbaar bestuur, adviezen en aanbevelingen uitbrengen over het verschijnsel van de schadelijke sektarische organisaties en in het bijzonder over het beleid inzake de strijd tegen deze organisaties;
§ 2. Voor het vervullen van zijn opdrachten is het Centrum ertoe gemachtigd :
1° alle beschikbare informatie te verzamelen;
2° alle studies of wetenschappelijke onderzoeken uit te voeren die noodzakelijk zijn om zijn opdrachten concreet te kunnen uitvoeren;
3° elke archief- of documentatiefonds waarvan het onderwerp overeenstemt met één van zijn opdrachten, over te nemen;
4° steun en begeleiding te verlenen aan instellingen, organisaties en verleners van juridische bijstand;
5° op zijn bijeenkomsten vakbekwame verenigingen en personen raadplegen of uitnodigen die het nuttig acht te horen. Voor het vervullen van zijn opdrachten werkt het Centrum samen met de Administratieve coördinatiecel.
§ 3. Het Centrum is ertoe gemachtigd voor het vervullen van zijn opdrachten bedoeld in § 1, 1° en 3°, persoonsgegevens te verwerken met betrekking tot de overtuiging of activiteiten op levensbeschouwe-lijk of godsdienstig gebied zoals bedoeld in artikel 6 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de waarborgen inzake vertrouwelijkheid en beveiliging van de persoons-gegevens, het statuut en de taken van een aangestelde voor de gegevensbescherming in de schoot van het Centrum en de wijze waarop het Centrum verslag moet uitbrengen aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer over de verwerking van de persoonsgegevens.
§ 4. De inlichtingen die het Centrum op aanvraag van het publiek verstrekt, steunen op de inlichtingen waarover het Centrum beschikt en mogen niet worden voorgesteld in de vorm van lijsten of systematische overzichten van schadelijke sektarische organisaties.
Art. 7. De adviezen en de aanbevelingen van het Centrum zijn gemotiveerd. De adviezen zijn openbaar, behoudens behoorlijk gemotiveerde andersluidende beslissing van het Centrum.
(Pagina 7)
Art. 8. § 1. Het Centrum kan slechts beraadslagen indien ten minste de meerderheid van zijn leden aanwezig is. De beslissingen worden genomen met absolute meerderheid. In geval van staking der stemmen, is de stem van de voorzitter of in geval deze verhinderd is, van zijn plaatsvervanger doorslaggevend.
De aangenomen adviezen zullen de verschillende uiteengezette standpunten weergeven.
§ 2. Het Centrum mag beschikken over het integraal stenografisch verslag van de openbare hoorzittingen van de parlementaire onder-zoekscommissie van de Kamer van volksvertegenwoordigers met het oog op de beleidsvorming ter bestrijding van de onwettige praktijken van de sekten en van de gevaren ervan voor de samenleving en voor het individu, inzonderheid voor de minderjarigen.
Art. 9. Voor de uitvoering van al zijn opdrachten kan het Centrum een beroep doen op de medewerking van experten. De Koning bepaalt de modaliteiten van de vergoeding van deze experten.
Art. 10. Voor alle personen die werken met vertrouwelijke gegevens die door het Centrum worden ingezameld, geldt het beroepsgeheim zoals bedoeld in artikel 458 van het Strafwetboek. Dezelfde verplichting geldt ook voor elkeen die niet tot het Centrum behoort, maar als deskundige, onderzoeker of medewerker optreedt.
Art. 11. Het Centrum stelt elke twee jaar een verslag van zijn activiteiten voor. Dit verslag wordt gestuurd aan de Ministerraad, de Wetgevende Kamers en aan de Raden en Regeringen van de Gemeen-schappen en Gewesten.
Art. 12. Het Centrum beschikt over een secretariaat.
Het personeel wordt ter beschikking gesteld door de minister van Justitie, na voorafgaand het advies van het Centrum te hebben ingewonnen.
Het personeel staat onder het rechtstreeks gezag van de voorzitter van het Centrum. De werkingskosten van het Centrum komen ten laste van de begroting van het ministerie van Justitie.
HOOFDSTUK III. — Administratieve coördinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische organisaties
Art. 13. Een Administratieve coördinatiecel inzake de strijd tegen de schadelijke sektarische organisaties wordt bij het ministerie van Justitie opgericht.
Art. 14. De minister van Justitie of zijn afgevaardigde neemt het voorzitterschap van de Administratieve coördinatiecel waar. De Koning bepaalt de samenstelling van de Administratieve coördi-natiecel bij een in Ministerraad overlegd besluit.
Art. 15. De Administratieve coördinatiecel heeft de volgende opdrach-ten :
1° De door de bevoegde openbare diensten en overheden gevoerde acties coördineren;
2° De evolutie van de onwettige praktijken van de schadelijke sektarische organisaties onderzoeken;
3° Maatregelen voorstellen die van aard zijn om de coördinatie en de effectiviteit van deze acties te verhogen;
4° In overleg met de bevoegde diensten en besturen een preventie-beleid voor de burgers tegen de activiteiten van de schadelijke sektarische organisaties, bevorderen;
5° Een nauwe samenwerking met het Centrum opbouwen en de nodige maatregelen treffen teneinde de aanbevelingen en voorstellen van het Centrum uit te voeren.
(Pagina 8)
Art. 16. De Koning bepaalt de modaliteiten inzake de werking en de organisatie van de Administratieve coi:irdinatiecel bij een in Mmisterraad overlegd besluit. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Bclgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 2 juni 1998.
ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS Nota
(1) Gewone zitting 1996-1997.
Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Wetsvoorstel van de heer Duquesne, nr. 1198/1.-Amendementen, nrs. 1198/2 tot 7. -Verslag doorde heer Willems, nr. 1198/8. - Tekst aangenomen door -de Commissie, nr. 1198/9. -Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 1198/10, Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 22 april 1998. -Aanneming. Vergadering van 28 april 1998. Senaat. Parlementaire stukken. -Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 1-965/1-1997-1998. Ontwerp niet geëvo- ceerd door de Senaat, nr. 1-965/2-1997-1998.
(Pagina 9)
PARTE II
Decreto reale dell’8 novembre 1998 che stabilisce la composizione, il funzionamento e l’organizzazione della Cellula amministrativa di coordinamento della lotta contro le organizzazioni settarie nocive (Moniteur belge del 9 dicembre 1998)
(Pagina 10)
WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN LOIS, DECRETS, ORDONNANCES ET REGLEMENTS
MINISTERIE VAN JUSTITIE
N. 98 — 3277 [S−C−98/09981] 8 NOVEMBER 1998. — Koninklijk besluit houdende samenstelling, werking en organisatie van de Administratieve Coo¨rdinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische organisaties.
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 2 juni 1998 houdende oprichting van een Informatie- en Adviescentrum inzake schadelijke sektarische organisa-ties en houdende oprichting van een Administratieve Coo¨rdinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische organisaties; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financie¨n, gegeven op 10 september 1998; Gelet op de wetten van de Raad van State, gecoo¨rdineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989 en 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de Parlementaire Onderzoekscommissie belast met de beleidsvorming ter bestrijding van de sekten en van de gevaren van die sekten voor het individu en inzonderheid voor de minderjari-gen, de dringende noodzaak van de oprichting van een Informatie- en Adviescentrum en Administratieve Coo¨rdinatiecel heeft opgeworpen, met het oog op de zo spoedig mogelijke creatie van een orgaan met als opdracht de opvolging van dit fenomeen; Overwegende dat de wet houdende oprichting van een Informatie-en Adviescentrum inzake de schadelijke en sektarische organisaties en van een administratieve coo¨rdinatiecel ondertekend werd door de
(Pagina 11)
Koning op 2 juni 1998 en dat het derhalve aanbeveling verdient dat de wet en de uitvoeringsbesluiten zo snel mogelijk worden gepubliceerd, teneinde het Informatie- en Adviescentrum en de Administratieve Coo¨rdinatiecel in staat te stellen hun opdrachten aan te vatten met ingang van 1 januari 1999; Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK I. — Samenstelling van de Administratieve Coo¨rdinatiecel
Artikel 1. De bij artikel 13 van de wet van 2 juni 1998 opgerichte Administratieve coo¨rdinatiecel is als volgt samengesteld :
- een vertegenwoordiger van het College van Procureurs-generaal;
- een nationaal magistraat;
- een vertegenwoordiger van de Rijkswacht;
- een vertegenwoordiger van de Gerechtelijke politie;
- een vertegenwoordiger van de Algemene Rijkspolitie van het
Ministerie van Binnenlandse Zaken;
- een vertegenwoordiger van het Ministerie van Ambtenarenzaken;
- een vertegenwoordiger van het Bestuur Veiligheid van de Staat;
- een vertegenwoordiger van het Directoraat- generaal burgerlijke
wetgeving en erediensten van het Ministerie van Justitie;
-
een vertegenwoordiger van het Directoraat-generaal strafwetgeving en rechten van de mens van het Ministerie van Justitie;
-
een vertegenwoordiger van de Dienst voor Strafrechterlijk Beleid van het Ministerie van Justitie;
-
een vertegenwoordiger van het Ministerie van Binnenlandse Zaken;
-
een vertegenwoordiger van het Ministerie van Financie¨n;
-
een vertegenwoordiger van het Ministerie van Tewerkstelling en
Arbeid;
- een vertegenwoordiger van het Ministerie van Landsverdediging. Art. 2. Voor elke vertegenwoordiger wordt tevens een plaatsvervan- ger aangeduid.
Art. 3. De vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers worden aangesteld door de Minister van Justitie, na voordracht door de respectieve overheden van wie zij afhangen.
HOOFDSTUK II. — Werking van de Administratieve Coo¨rdinatiecel
Art. 4. De voorzitter bepaalt de plaats, de dag en het aanvangsuur van de vergaderingen en maakt de agenda op. Elk van de leden heeft het recht de voorzitter te vragen punten op de Agenda te plaatsen. De voorzitter van het Informatie- en Adviescentrum inzake schade-lijke sektarische organisaties heeft eveneens het recht de voorzitter te verzoeken punten op de agenda te plaatsen.
Art. 5. Behoudens hoogdringendheid worden de uitnodigingen en de agenda evenals eventuele stukken, na ondertekening door de voorzitter, door de secretaris ten minste acht dagen vooraf aan de leden toegezonden.
Art. 6. De leden die verhinderd zijn, worden vervangen door hun plaatsvervanger en sturen hem zelf de stukken door.
Art. 7. De Administratieve Coo¨rdinatiecel vergadert slechts geldig indien ten minste de helft van de leden of hun plaatsvervangers aanwezig is. Ingeval geen meerderheid aanwezig was, worden de leden opnieuw uitgenodigd, in welk geval de Administratieve Coo¨rdinatiecel geldig vergadert, wat ook het aantal aanwezige leden is.
Art. 8. Elk lid van de Administratieve Coo¨rdinatiecel, en bij verhin-dering zijn plaatsvervanger, beschikt over e´e´n stem. De beslissingen worden bij unanimiteit van de aanwezige leden genomen. De voorzitter van het Informatie- en Adviescentrum inzake schade-lijke sektarische organisaties of zijn plaatsvervanger kan :
- uitgenodigd worden de vergaderingen van de Administratieve Coo¨rdinatiecel bij te wonen;
- gehoord worden indien de agenda dit vereist.
(Pagina 12)
Art. 9. De secretaris maakt proces-verbaal op van de vergaderingen. Het wordt na goedkeuring door de voorzitter met de volgende uitnodiging meegestuurd.
De leden brengen hun opmerkingen schriftelijk ter kennis tot uiterlijk e´e´n dag voor de vergadering.
Art. 10. De adviezen en aanbevelingen die het Centrummet toepassing van artikel 6, § 1, 4° van de wet van 2 juni 1998 uitbrengt, worden door het Centrumaan de voorzitter van de Administratieve Coo¨rdinatiecel overgezonden.
De Administratieve Coo¨rdinatiecel stelt in overleg met het Centrum vast de wijze van:
- coo¨rdinatie van eventuele acties;
- regeling van het toezicht op de uitvoering van de aanbevelingen en adviezen van het Centrum voor zover ze onder hun bevoegdheden vallen.
Art. 11. De maatregelen die de Administratieve Coo¨rdinatiecel voorstelt, worden schriftelijk aan de betrokken diensten of instanties, evenals aan de voorzitter van het Centrum meegedeeld.
Art. 12. De Administratieve Coo¨rdinatiecel pleegt overleg met alle bevoegde diensten en besturen binnen het kader van zijn opdrachten. Ze kan ze onder meer uitnodigen en hen inlichtingen vragen. De federale overheden dienen de door de Administratieve Coo¨rdinatiecel gevraagde inlichtingen te bezorgen.
Art. 13. De Administratieve Coo¨rdinatiecel vergadert minstens e´e´nmaal om de twee maanden.
De Administratieve Coo¨rdinatiecel brengt zesmaandelijks verslag uit aan het Centrum nopens haar werkzaamheden.
HOOFDSTUK III. — Organisatie
Art. 14. Alle leden van de Administratieve Coo¨rdinatiecel vormen het ²Bureau². Het ²Bureau² wijst een dagelijks bestuur aan, samengesteld uit de voorzitter die er van rechtswege deel van uitmaakt en twee gekozen leden.
Art. 15. De Administratieve Coo¨rdinatiecel kan wanneer bijzondere opdrachten dit verantwoorden subgroepen binnen haar schoot oprichten.
Art. 16. De Minister van Justitie stelt administratief personeel, lokalen en de noodzakelijke bureaubenodigdheden ter beschikking van de Administratieve Coo¨rdinatiecel.
Art. 17. De artikelen 1 tot en met 3 treden in werking op de dag waarop dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en de overige artikelen op 1 januari 1999.
Art. 18. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 8 november 1998.
ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS
(Pagina 13)
PARTE III
(Pagina 14)
ELENCO DEI DOCUMENTI PARLAMENTARI E DEGLI ATTI
A. COSTITUZIONE DELLA COMMISSIONE D’INCHIESTA PARLAMENTARE
- Documenti della Camera dei rappresentanti :
- 313 (1995-1996)
- n. 1 : Proposta del sig. Duquesne e altri
- nn. 2 a 4 : Emendamenti dei sigg. Duquesne e Moureaux e della sig.ra de T’Serclaes
- n. 5 Relazione presentata a nome della commissione della Giustizia dal sig. Borin
- n. 6 Testo adottato dalla commissione della Giustizia.
- Atti della Camera dei rappresentanti
- 13, 14 e 28 marzo 1996.
- 313 (1995-1996)
B. LAVORI DELLA COMMISSIONE D’INCHIESTA PARLAMENTARE
- Documenti della Camera dei rappresentanti :
- 313 (1995-1996)
- nn. 7 e 8 Relazione presentata a nome della commissione dai sigg. Duquesne e Willems
- n. 9 Mozione adottata in seduta plenaria
- Atti della Camera dei rappresentanti
- 30 aprile e 7 maggio 1997.
- 313 (1995-1996)
C. LEGGE DEL 2 GIUGNO 1998
- Documenti della Camera dei rappresentanti
- 1198 (1996-1997)
- n. 1 : Proposta del sig. Duquesne
- nn. 2 a 7 : Emendamenti dei sigg. J.-P. Viseur, Duquesne, Beaufays, Willems e del governo
- n. 8 : Relazione presentata a nome della commissione della Giustizia dal sig. Willems
- n. 9 : Testo adottato dalla commissione della Giustizia
- n. 10 : Testo adottato in seduta plenaria e trasmesso al Senato.
- Atti della Camera dei rappresentanti
- 22 e 28 aprile 1998
- 1198 (1996-1997)
- Documenti del Senato
- 1-965 (1997-1998)
- n. 1 Progetto trasmesso dalla Camera dei rappresentanti
- n. 2 Progetto non evocato dal Senato.
- 1-965 (1997-1998)